Fiscaal voordeel voor ondernemers

Als ondernemer betaal je inkomstenbelasting over de winst die je met je onderneming hebt behaald. Op deze winst mogen een aantal aftrekposten in mindering worden gebracht. Hierdoor betaal je dus een stuk minder belasting. De volgende regelingen zijn beschikbaar voor (startende) ondernemers.

Zelfstandigenaftrek

Ondernemers die voldoen aan het urencriterium (minimaal 1.225 uur besteed aan de onderneming) komen in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek. De zelfstandigenaftrek is een vast bedrag van € 7.280 voor ondernemers die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Heb je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd al bereikt? Dan is de zelfstandigenaftrek 50% van de zelfstandigenaftrek voor ondernemers die aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Let op, om het aantal bestede uren aan te kunnen tonen moet je wel een sluitende urenregistratie bijhouden.

Startersaftrek

Beginnende ondernemers mogen de eerste drie jaar na de start van hun onderneming jaarlijks naast de zelfstandigenaftrek een extra bedrag aftrekken van hun winst, mits zij voldoen aan het urencriterium. Arbeidsongeschikte ondernemers komen in aanmerking voor hogere bedragen, mits de aftrek niet hoger is dan de winst van dat jaar.

Meewerkaftrek

Als je partner onbetaald meewerkt in jouw onderneming kan je profiteren van de meewerkaftrek. De hoogte van de meewerkaftrek is afhankelijk van je behaalde winst en het aantal door je partner meegewerkte uren. Het is dus erg belangrijk een goede urenadministratie bij te houden voor je partner, of voor jezelf als je in het bedrijf van je partner werkt.

MKB-winstvrijstelling

Daarnaast bestaat er ook recht op de MKB-winstvrijstelling. De MKB-winstvrijstelling bedraagt 14% van de resterende winst na aftrek van onder andere de zelfstandigenaftrek.

Investeringsaftrek

Als je investeert in bedrijfsmiddelen, kun je mits voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden in aanmerking komen voor de investeringsaftrek. Tot de investeringsaftrek behoren de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de VAMIL-regeling.


Je urencriterium en de belastingen

Het urencriterium vormt een sleutel tot nogal wat belastingvoordeel. De ondernemer die in een kalenderjaar minstens 1.225 uur plus meer dan de helft van de voor werkzaamheden beschikbare tijd in en voor zijn onderneming werkt, heeft recht op meerdere aftrekposten.

Het laatste criterium geldt overigens alleen als hij geen startende ondernemer meer is. Aan welke posten moet je dan denken? Enkele voorbeelden zijn de zelfstandigen- en startersaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek of toevoegingen aan de oudedagsreserve. Deze aftrekposten kunnen oplopen tot duizenden euro’s aan belastingvoordeel. Maar hier zit een addertje onder het gras. De ondernemer die gebruik wil maken van die posten, en dat voordeel dus niet wil mislopen, moet kunnen aantonen dat hij aan het zogenaamde urencriterium voldoet. Hij wordt gedwongen tijd te schrijven, een wekelijkse urenregistratie op te stellen, die zijn daadwerkelijke tijdsbesteding weergeeft. Doe je dat achteraf, bijvoorbeeld na een kwartaal of een jaar, dan wordt dat niet geaccepteerd, zo blijkt inmiddels uit de nodige rechterlijke uitspraken. Ben je in staat een overzicht te overleggen van je computergebruik, dan biedt dat ook geen oplossing. Althans volgens een beslissing van het Hof Arnhem-Leeuwarden onlangs.

Zelfstandig

Belastingplichtige is een als advocaat zelfstandig gevestigd. Hij claimt in zijn aangifte inkomstenbelasting 2011 de zelfstandigenaftrek. De inspecteur weigert die aftrek omdat volgens hem niet is voldaan aan het urencriterium. Belastingplichtige heeft in 2011 een omzet behaald van 32.956 euro. Zijn uurtarief is 150 euro en dus heeft hij maar 220 directe uren aan zijn onderneming besteed. De inspecteur erkent dat indirecte uren ook meetellen binnen het urencriterium, maar meer dan 1.000 indirecte uren vindt hij niet geloofwaardig. Wat hierin meespeelt, is dat belastingplichtige geen urenregistratie kan overleggen. In de daaropvolgende procedure levert belastingplichtige alsnog zijn urenregistratie aan. Die registratie bestaat uit een overzicht van de tijdstippen waarop een bestand op zijn computer is geopend, aangemaakt of bewerkt. Het daarmee gemoeide aantal werkuren heeft belastingplichtige op 1.190 uur becijferd. Daarnaast heeft hij 40 uur besteed aan het begeleiden van studenten, 115 uur aan piketdienst en 50 uur aan cursussen. Dat brengt het totaal aan uren dat belastingplichtige gewerkt heeft in en voor zijn advocatenpraktijk op 1.395 uur. Het Hof Arnhem-Leeuwarden maakt echter korte metten met deze achteraf opgestelde urenregistratie. Het overzicht van geopende, aangemaakte of bewerkte computerbestanden is onvoldoende bewijs, omdat hieruit niet blijkt welke werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht en hoeveel tijd daarmee gemoeid is geweest. Verder is niet duidelijk of steeds sprake is geweest van werkzaamheden die verricht zijn met het oog op de zakelijke belangen van zijn advocatenpraktijk. Belastingplichtige krijgt ook bij de Hoge Raad geen gelijk. Zijn beroep op cassatie wordt zonder nadere motivering ongegrond verklaard.

Commentaar

Deze ondernemer investeerde dus niet voldoende om in aanmerking te komen voor de ondernemersaftrek. Het bijhouden van een nauwkeurige urenregistratie, van week tot week en het liefst van dag tot dag, en dat ook nog tijdens de uitvoering van het werk, is geen gemakkelijke en zelfs ondankbare taak. Maar als de ondernemer kan aantonen dat hij aan het urencriterium voldoet, kan hem dat een fors belastingvoordeel opleveren. En dat maakt het urenschrijven ruimschoots goed omdat het goed betaalde maar vooral declarabele uren oplevert.


Testament of levenstestament, het verschil

Je bent waarschijnlijk al bekend met een testament, misschien heb je er zelfs al een op laten maken. Maar wist je ook dat er twee soorten testamenten zijn? Er zit namelijk een verschil in een ‘normaal’ testament en een levenstestament. Maar ondanks dat de namen doen vermoeden dat ze op elkaar lijken, zijn ze weldegelijk totaal verschillend. In deze blog leggen we je uit wat deze twee testamenten zo verschillend maakt.

Wat is een “normaal” testament?

In een testament worden jouw wensen vastgelegd voor het moment dat je niet meer in leven bent. Je kunt vastleggen wat er met jouw bezittingen gebeurd wanneer jij komt te overlijden. Je kan bijvoorbeeld vastleggen dat je nichtje je favoriete sieraad krijgt en dat je buurvrouw zorg draagt voor de hond. Met een testament ben je ervan verzekerd dat jij degene bent die bepaalt wat er met jouw spullen en geld gebeurd en niet iemand anders.

Een testament biedt ook de mogelijkheid om mensen uit te sluiten van jouw erfenis, of om juist mensen tot erfgenaam benoemen die dat normaal gesproken helemaal niet zouden zijn.

Wat is een levenstestament?

In tegenstelling tot een testament, geldt een levenstestament voor tijdens je leven en niet voor erna. Stel je voor: je krijgt een ernstig ongeluk waardoor je in het ziekenhuis terecht komt. Door dit ongeluk ben jij in de toekomst niet meer in staat om zelf belangrijke beslissingen te nemen. In dit geval is het handig als je een levenstestament hebt opgesteld waarin jij iemand gemachtigd hebt om die belangrijke beslissingen voor jou te maken. Hierdoor kan hij of zij rekening houden met jouw wensen en belangen tijdens jouw leven. In dit levenstestament kun je bijvoorbeeld ook iemand aanwijzen die de zorg over jouw (toekomstige) kinderen overneemt.

De verschillen op een rijtje

Een testament en een levenstestament zijn dus twee totaal verschillende akten. De twee belangrijkste verschillen zijn:

  • Met een testament laat je vastleggen wat je wensen zijn voor als je overleden bent. De wensen die je vastlegt in een levenstestament zijn daarentegen voor als je nog wel in leven bent. De naam zegt het eigenlijk al.
  • In een testament kun je iemand aanwijzen die jouw erfenis af gaat handelen. In een levenstestament wijs je iemand aan die belangrijke keuzes voor jou zal gaan maken als je nog in leven bent maar je deze keuzes niet meer zelf kan nemen.

Slim ondernemen

Zowel in een eenmanszaak én in een besloten vennootschap kun je slim ondernemen. KIBO neemt je mee en laat je zien hoe je dit kan doen.

De winstbelasting in Nederland is niet rechtsvormneutraal geregeld. Dat betekent dat de belasting op winst in een eenmanszaak of in een BV fors uiteenloopt. Dat maakt het voor veel ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (MKB) aantrekkelijk om creatief te zijn en te ondernemen in en BV én in een eenmanszaak. De ondernemer met een BV kan die onderneming geheel of gedeeltelijk overdragen aan hemzelf. Voor de inkomstenbelasting (IB) wordt hij dan IB-ondernemer met een eenmanszaak. Stel nu dat de BV een boekwinst maakt op de overdracht van de activa en passiva. Die is in de BV belast tegen een vennootschapsbelastingtarief van 20% (of 25% bij een winst boven de € 200.000). In de IB-onderneming kunnen deze geactiveerde meerwaarden worden afgeschreven tegen het altijd hogere IB-tarief. Dat kan kassa betekenen voor de liquiditeit van de onderneming. De combinatie BV en eenmanszaak levert voornamelijk voordeel op doordat de directeur-grootaandeelhouder (DGA) – maar nu als startende IB-ondernemer – veel fiscale voordelen kan benutten. Denk aan de mkb-winstvrijstelling, de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de willekeurige afschrijving voor starters. Er wordt dan wel van de ondernemer verwacht dat hij minstens 1.225 uur per jaar gaat werken voor de eenmanszaak (voor de 14% mkb-winstvrijstelling is dat overigens niet vereist). U kunt een combinatie van BV en eenmanszaak effectueren door nieuwe activiteiten op te starten in de vorm van een eenmanszaak naast uw BV. Dit is ook mogelijk door een deel van de bedrijfsactiviteiten van de BV over te nemen. Daarbij kan een onderneming tussen de aandeelhouder en zijn BV tal van aantrekkelijke fiscale voordelen bieden.

Elke situatie is maatwerk. Uw adviseur kijkt graag met u naar uw mogelijkheden.


Bezwaar tegen ongelijke bijtelling voor privégebruik auto van de zaak?

Wie in een (bestel)auto van de zaak rijdt heeft per 1 januari 2017 te maken met een ander bijtellingspercentage voor privégebruik: dat percentage is verlaagd van 25 naar 22. Die 22 procent geldt alleen voor auto’s met een datum eerste toelating (DET) van 1 januari 2017 of later. Voor auto’s van vóór 2017 geldt dus volgens de wet een bijtelling van 25 procent. Sommige milieuvriendelijke auto’s kunnen trouwens nog enige tijd profiteren van het lagere percentage. Is dat terecht? En wat kun je doen?

Ongelijke behandeling

Verschillende partijen vinden het tarief van 25 procent discriminerend ten opzichte van auto’s met een DET van vóór 2017. Ongelijke behandeling van gelijke gevallen, vinden ze. Ze willen dan ook procederen over het bijtellingstarief van 25 procent. Wij kunnen de slagingskans daarvan lastig inschatten. Vergelijkbare (proef)procedures zijn de afgelopen jaren meestal zonder succes gebleven. Toch willen we deze ontwikkeling onder je aandacht brengen. Wat kun je doen tegen deze ongelijkheid?

Eerst betalen, dan bezwaar maken

Er zijn twee mogelijkheden:

  1. Als werkgever kun je maandelijks bezwaar maken tegen de afdracht van loonheffing.
  2. Je werknemers kunnen volgend jaar bezwaar maken tegen de aanslag inkomstenbelasting.

Bezwaar afdracht loonheffing (door werkgever)

Sowieso moet je wel eerst betalen, voordat je bezwaar kunt maken! Als je bezwaar wilt maken moet dat binnen zes weken na betaling van de loonheffing gebeuren. En dat elke maand opnieuw. Natuurlijk kunnen wij dat voor je doen, maar daarvoor brengen we dan wel kosten in rekening. Aangezien de slagingskans onzeker is, kunnen wij ons voorstellen dat je deze kosten liever niet maakt. Wij hebben een modelbezwaarschrift gemaakt. Wil je hiervan gebruik maken? Mail dan naar martin@kiboo.zoutmedia.nl of jose@kiboo.zoutmedia.nl. Houd er rekening mee dat de Belastingdienst je eerst zal vragen je bezwaar te motiveren en het daarna zal afwijzen. Je wordt dan min of meer verplicht om in beroep te gaan bij de rechtbank en daarvoor griffierecht te betalen. Wij vermoeden dat de Belastingdienst de bezwaarschriften niet zal aanhouden in afwachting van de uitkomst van de proefprocedures (die overigens niet eerder dan eind 2017 worden verwacht). Op dit moment is er ook nog geen zicht op een procedure van massaal bezwaar.

Bezwaar aanslag inkomstenbelasting (door werknemer)

Alternatief is dat je werknemers volgend jaar bezwaar maken tegen de aanslag inkomstenbelasting 2017, waarin het loon (inclusief bijtelling) is opgenomen. Maar … als tegen de loonaangifte geen bezwaar is gemaakt, is dat waarschijnlijk niet zo kansrijk. Bovendien helpt dat jou als werkgever niet, want de sociale verzekeringspremies en premie Zorgverzekeringswet ontvang je niet terug – ook niet als het bezwaar gegrond wordt verklaard.

Hopelijk hebben we je hiermee geholpen. Heb je nog vragen? Neem dan contact op met Martin of José.


Belastingdienst moet stoppen met gebruik kentekengegevens

De Belastingdienst mag geen kentekengegevens meer gebruiken. Dat is op 24 februari in hoger beroep bepaald.

De Belastingdienst maakt met snelwegcamera’s van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) foto’s langs de Nederlandse snelwegen. De camera’s zijn voorzien van automatische nummerplaatherkenning, automatic number plate recognition (ANPR). De foto’s worden onder meer gebruikt voor de controle van rittenregistraties waaruit zou blijken dat je meer dan 500 kilometer privé hebt gereden. Probleem daarbij is dat de foto’s tot in detail laten zien waar je bent geweest en de Belastingdienst dus ernstig inbreuk maakt op je privacy.

Rittenadministratie

Een automobilist die met de Belastingdienst in conflict raakte over zijn rittenadministratie en een procedure aanspande, werd zowel door de Rechtbank als het Hof in het ongelijk gesteld. In de cassatieprocedure stond de vraag centraal of deze wijze van gegevensverwerking voldoet aan de wettelijke eisen. Het antwoord van de Hoge Raad luidde ontkennend. Bovendien ontbreekt een wettelijke grondslag voor de inbreuk die de Belastingdienst maakt op de privacy van automobilisten.

Hoge Raad

Uit het persbericht van de Hoge Raad: ‘Het privéleven van de betrokkenen wordt geraakt door de manier van het verzamelen en gebruiken van de met ANPR-camera’s verkregen gegevens. Het gaat hier namelijk niet om één of enkele waarnemingen in de openbare ruimte, maar om het systematisch verzamelen, vastleggen, bewerken en jarenlang bewaren van gegevens over de bewegingen van voertuigen op diverse plaatsen in Nederland. Een voldoende precieze wettelijke grondslag – die in zo’n geval is vereist op grond van artikel 8 EVRM – ontbreekt hiervoor.’


Tips voor btw-aangifte

De btw-aangifte, voor sommige ondernemers misschien niet het leukste taakje, maar wel zeer belangrijk. Om het toch iets leuker te maken hebben wij hier een aantal tips waardoor jouw btw-aangifte net een stukje makkelijker wordt. Het is immers verplicht, dus dan kunnen we er maar beter het beste van maken!

Tip 1: zorg dat je op tijd bent

Het is misschien beginnen met een open deur, maar het is o zo belangrijk: op tijd beginnen. Als je op tijd begint met het voorbereiden van de btw-aangifte van jouw onderneming, dan scheelt dat je een hoop zorgen. Zo heb je dan bijvoorbeeld geen last van de verwerkingstijd die een bank hanteert. Mocht dit nu niet lukken, ga dan voor de btw-Alert App. Hierdoor zal je nooit meer vergeten dat jij btw-aangifte moet doen.

Tip 2: zorg dat je facturen op orde zijn

Het zou zonde zijn als je facturen misloopt voor de aftrek. Zorg dus dat alles op orde is en dat alles meegenomen wordt voor de btw-aftrek. Ga bijvoorbeeld na of al je (inkoop)facturen voldoen aan de btw eisen.

Tip 3: vergeet de kleine ondernemersregeling niet

Als je in een jaar minder dan €1.833 btw hoeft te betalen, dan kan je in aanmerking komen voor belastingvermindering. Of wat helemaal mooi is: dan hoef je helemaal geen belasting te betalen! Dat zou toch ideaal zijn? Zonde om daar dus geen rekening mee te houden.

Tip 4: pas op met factureren aan het eind van een kwartaal

Het is misschien niet iets waar iedereen bij stilstaat, maar daarom juist een goede tip. Zorg dat je de facturen niet pas aan het eind van het kwartaal verstuurt, of doe het pas in het nieuwe kwartaal. Hierdoor zorg je ervoor dat je geen btw hoeft af te dragen die je nog niet eens ontvangen hebt.

Tip 5: lunches en diners

Heb jij lekker een diner gehad met een klant? Uitstekend natuurlijk! Maar het is niet iets dat je mee kan nemen in je btw-aangifte. Alhoewel de gemaakte kosten wel aftrekbaar zijn, is dat met de omzetbelasting absoluut niet het geval.

Tip 6: uitbesteden

Heb je echt heel veel moeite om dit allemaal zelf te doen, of heb je er gewoon geen zin in? Dan zijn wij daar voor jou! Wij nemen dit van je over, zodat jij meer tijd hebt voor de leuke dingen van jouw onderneming.


Bijtelling in 2017: een flinke verandering

Ben je toe aan een nieuwe auto van de zaak? Ga je deze auto ook voor privé gebruiken? Dan moet je natuurlijk weten wat de bijtelling wordt voor deze auto. Maar hoe bereken je deze? Het zal je misschien verbazen, maar wij van Kibo zullen je daarbij helpen.

Veranderingen 2017

Sinds 2017 is de bijtelling veranderd: voor een elektrische auto is de bijtelling 4%. Waar de bijtelling voorheen nog afhing van het aantal CO2-uitstoot per kilometer (g/km), wordt dat nu voor alle auto’s die meer dan 0 g/km CO-2 uitstoot 22% bijtelling. Een grote verandering dus.

Geldigheidsduur bijtellings-percentage

Het bijtellingspercentage dat geldt bij de eerste ingebruikname van de auto (dit is de dag waarop het kenteken van de auto voor het eerst op naam is gesteld) blijft van toepassing gedurende 60 maanden. Het je dus een auto waarbij de eerste ingebruikname op 2016 is gesteld, dan val je nog binnen de oude regeling waarbij de bijtelling berekend wordt op het aantal g/km. Iets om rekening mee te houden dus.

Geen bijtelling zonder privé gebruik

Gebruik je jouw zakelijke auto minder dan 500 kilometer per jaar voor privé gebruik? dan hoe je helemaal geen bijtelling te rekenen. Maar er wordt dan wel verwacht dat je dit kunt aantonen. Dit betekent dat je heel secuur moet zijn met het bijhouden van een rittenregistratie. Er moet dan een ‘verklaring geen privégebruik auto’ worden ingeleverd. Een verklaring die te vinden is op de site van de belastingdienst.

Bijtelling berekenen

Ben je van plan om de auto van de zaak wel voor privégebruik te gaan gebruiken moet je natuurlijk weten wat de bijtelling van je nieuwe auto wordt. Je kunt hier moeilijke rekensommen op los laten maar er bestaan ook gewoon websites die dit voor jou berekenen. De beste website is hier te vinden. Zo ben je overal van op de hoogte en kan jij volop genieten van jouw nieuwe auto!

Heb je hulp nodig bij het invullen van de website, of wil je hier meer informatie over? Bel ons, of neem via onderstaand formulier contact met ons op.


De 5 belangrijkste eindejaarstips voor ondernemers

Aan het eind van elk jaar missen ondernemers veel kansen om geld te besparen. Met deze 5 eindejaarstips voor ondernemers kun jij met een gerust gevoel 2017 in.

Tip 1: check je verzekeringen

Vaak lopen ondernemers grote risico’s, terwijl het eenvoudig is je te verzekeren. Controleer eens goed of je de risico’s wel goed hebt afgedekt. Daarnaast is het belangrijk je geregeld af te vragen of de verzekering nog wel past bij jouw situatie. Wellicht ben je verhuisd, heb je je assortiment aangepast of is je omzet fors gestegen. Het zou jammer zijn als je na een incident ontdekt dat je onderverzekerd was en dat je een uitkering krijgt van je verzekeraar die fors lager is dan je had verwacht.

Tip 2: voer een voorziening op

Je kunt uitgaven voor de komende jaren alvast meenemen als kosten op de bedrijfsresultaten van 2016. Dit kan als die kosten een gevolg zijn van je bedrijfsuitoefening in dit jaar. Denk aan het onderhoud van je bedrijfspand, de vervuiling van je bedrijfsterrein of de kosten van een reorganisatie.

Voor deze toekomstige kosten kun je dit jaar dus al een voorziening treffen die ten laste komt van de bedrijfsresultaten over 2016. Zo incasseer je de belastingbesparing op deze toekomstige uitgaven eerder.

De voorwaarden voor een dergelijke voorziening zijn:

De toekomstige uitgaven zijn veroorzaakt door de beroepsuitoefening afgelopen jaar.
Het is vrij zeker dat je in de toekomst deze uitgaven zult moeten doen.
De uitgaven kunnen worden toegerekend aan de periode van voor de balansdatum.
Je mag dit doen voor alle gemaakte kosten die tot en met balansdatum van 2016 hebben plaatsgevonden en óók voor kosten die voor 2016 plaatsvonden.

Tip 3: plan je investeringen

Heb je plannen op korte termijn flink te gaan investeren? Dan is het handig na te gaan of je deze investering nu nog moet doen of dat je die beter kun uitstellen tot 2017. Een spreiding van investeringen over meerdere jaren leidt namelijk meestal tot een hogere kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, de KIA – en dat geeft weer een mooi belastingvoordeel. Om voor de KIA in aanmerking te komen, moet je meer dan 2.300 euro en maximaal 311.242 euro investeren in bedrijfsmiddelen.

Bekijk hieronder een tabel met het KIA percentage per investering:

TABEL

Boven de 103.748 euro daalt de aftrek met 7,56 procent van het investeringsbedrag.
Het is dus voordelig om investeringen over twee jaar te verspreiden.

Blijf je dit jaar onder de investeringsdrempel van 2.300 euro? Dan is het verstandig de investeringen van 2017 naar voren te halen en deze dit jaar nog te doen, zeker als je met die investeringen in 2017 ook onder de drempel blijft. Twee keer 2.300 euro investeren levert geen aftrek op. Eén keer 4.600 euro investeren levert een investeringsaftrek in 2016 van 28 procent op, een aftrekpost van 1.288 euro.

Note: bedrijfsmiddelen waarvoor geen KIA geldt
Voor sommige investeringen hebt u geen recht op investeringsaftrek. Het gaat dan om:

  • Investeringen in bepaalde bedrijfsmiddelen, zoals woonhuizen, grond, dieren, personenauto’s die niet bestemd zijn voor. beroepsvervoer, vaartuigen voor representatieve doeleinden, effecten, vorderingen, goodwill en publiekrechtelijke vergunningen
  • Bedrijfsmiddelen die zijn bestemd voor verhuur of voor gebruik in het buitenland.
  • Bedrijfsmiddelen die minder dan 450 euro per stuk kosten. Kunt u de btw op de aanschaf terugkrijgen, dan neemt u voor de investeringsaftrek het aanschafbedrag exclusief btw. Hebt u geen recht op btw-aftrek, bijvoorbeeld omdat u alleen vrijgestelde prestaties verricht, dan gaat u uit van 450 euro inclusief btw.
  • Transacties tussen een lichaam en personen of rechtspersonen (bijvoorbeeld bv’s en nv’s) die voor ten minste een derde deel een belang hebben in dat lichaam. Als u bijvoorbeeld aandeelhouder bent van een bv en u verkoopt een bedrijfsmiddel aan de bv, dan heeft de bv geen recht op investeringsaftrek.

Tip 4: optimaliseer waardering onderhanden werk

Onderhanden werk is werk voor een opdracht die je hebt verricht maar waar je nog geen factuur voor hebt gestuurd. Dit factuurbedrag moet je in 2016 (deels) als voortschrijdende winst opnemen in de balans. Dit deel bepaal je door te bepalen welk percentage van het werk al is gedaan. Dit percentage neem je op in de balans. In deze bepaling moeten ook de constante algemene kosten worden meegenomen.

Stel je voor: je bouwt een machine voor 270.000 euro. Het duurt drie jaar om deze machine te bouwen en je hebt met de klant afgesproken om deze in het vierde jaar te factureren.

Normale situatie

TABEL

Percentage gereed

TABEL

Bovenstaande regel geldt uitsluitend voor het onderhanden werk dat komt uit een overeenkomst tot aanneming werk, dus niet voor onderhanden werk dat voortkomt uit een koopovereenkomst.

Tip 5: vraag de btw op oninbare vorderingen terug

Het wordt steeds makkelijker oninbare vorderingen op btw terug te vragen. Het recht op teruggaaf ontstaat op het moment dat de oninbaarheid van een factuur kan worden vastgesteld. Het Belastingplan 2017 schrijft voor dat vanaf 1 januari 2017 die oninbaarheid kan worden vastgesteld als een afnemer na één jaar nadat de vordering openbaar is geworden, nog niet heeft betaald. Deze termijn geldt ook als de overeenkomst tot levering van goederen of het verrichten van diensten is geannuleerd, verbroken of ontbonden én als een prijsvermindering of kwijtschelding heeft plaatsgevonden na het leveren van de goederen of het verrichten van de dienst.

Wordt de oninbare vordering later nog (gedeeltelijk) gedaan, dan ben je daarmee de overeenkomende omzetbelasting opnieuw verschuldigd.

Hiermee hoef je dus geen afzonderlijk teruggaafverzoek in te dienen. Het oninbare btw-bedrag kan gewoon in de btw-aangifte in mindering worden gebracht in de periodieke af te dragen omzetbelasting.

Indien je gebruikmaakt van factoring (waarbij je de facturatie hebt uitbesteed aan een externe partij die jou altijd direct betaalt en die het risico van non-betaling loopt), treedt de overnemer (externe partij) in de positie van de verkoper. Hierbij moet voor de btw-teruggave wél een afzonderlijk verzoek worden ingediend.

Het nieuwe wetsvoorstel heeft een overgangsregeling. De regeling geldt hierbij ook al voor openbare vorderingen van vóór 1 januari 2017.

Deze termijn gaat ook gelden voor de omgekeerde situatie, namelijk als je de in rekening gebrachte btw als voorbelasting in aftrek hebt gebracht en de factuur niet betaald is. In dat geval moet je de in aftrek gebrachte btw alsnog afdragen. Voor deze afdracht geldt op dit moment een periode van twee jaar. Die wordt teruggebracht tot één jaar.

Hiervoor geldt geen overgangsregeling. Deze nieuwe regels zijn van toepassing op alle onbetaalde facturen vanaf 1 januari 2017.


Overal toegang tot jouw financiële dashboard met Visionplanner Cloud

Onze klanten konden al gebruikmaken van de offlinerapportages van Visionplanner Cloud. Binnenkort komen hier de onlinerapportages bij.

Visionplanner Cloud maakt volledig geautomatiseerd begrotingen, trendberekeningen en liquiditeitsprognoses op basis van actuele cijfers uit jouw boekhouding. Je kunt thuis, onderweg of bij een investeerder inloggen en via jouw financiële dashboard, dat je naar eigen behoefte kunt inrichten, realtime-inzicht krijgen. Je kunt prestaties met elkaar vergelijken en direct bijsturen.

De kracht van Visionplanner schuilt in de eenvoud. De mooie grafieken maken de informatie voor iedereen begrijpelijk en interpreteerbaar. Je hebt dan ook geen enkele training nodig om met Visionplanner aan de slag te gaan. Ook de implementatie is een fluitje van een cent.